Na het verhogen van de isolatiewaarde van de gevels van een flink aantal galerijwoningen is de beloofde comfortverbetering volgens de bewoners niet gerealiseerd. Sterker nog, de behaaglijkheid in de woning is verslechterd. TechnoConsult wordt gevraagd onderzoek uit te voeren naar de oorzaak van deze klachten.
In een galerijflat uit 1967 bevinden zich ruim 250 woningen, verdeeld over 9 verdiepingen. In 2008 zijn hieraan onderhoudswerkzaamheden verricht, waarbij naast het reguliere schilderwerk de asbesthoudende gevelpanelen zijn vervangen door isolerende exemplaren. Bovendien hebben de bewoners de keus gekregen om – tegen huurverhoging – het nog aanwezige enkel glas te vervangen door isolerend glas. Voor de in de kozijnen aanwezige klepramen zijn in dat geval ventilatieroosters in de plaats gekomen. De mechanische afzuiging in de keuken, badkamer en het toilet is niet gewijzigd. Door de verhuurder is aangegeven dat met deze maatregelen het comfort in de afzonderlijke woningen zal stijgen. De kosten voor het verwarmen van de woning zullen juist lager uitvallen. Alle bewoners hebben vervolgens ingestemd met het laten uitvoeren van de verbeteringen.
Probleem
In de eerste winter na het afronden van de werkzaamheden klagen de bewoners van ruim 60 woningen over tocht en koude in de woningen. De beloofde comfortverbetering is naar hun mening niet gerealiseerd. De behaaglijkheid in de woningen is zelfs verslechterd. De meeste bewoners schrijven de klachten toe aan de ventilatieroosters. Deze roosters zouden niet goed sluiten en veel (koude) lucht doorlaten, vooral bij harde wind op de gevel. Een proef met zwaardere borstels voor een betere afdichting leidt niet tot verbetering, waarop diverse bewoners de roosters hebben afgeplakt of dichtgestopt met isolatiemateriaal.
Oorzaak 1
De klachten met betrekking tot thermische onbehaaglijkheid in de woningen worden door een combinatie van verschillende bouwkundige en menselijke factoren veroorzaakt. Onderzoek toont aan dat een hoge mate van luchtinfiltratie door de gevel een belangrijke oorzaak is. Vooral de bewoners op de hoogste verdiepingen ervaren hiervan veel hinder, vanwege de harde wind die soms op de gevel staat.
Dat de gevels niet geheel luchtdicht zijn, was bij de bewoners wel bekend. De onderhoudswerkzaamheden hebben de situatie er echter alleen maar slechter op gemaakt. Voornamelijk de nieuwe ventilatieroosters sluiten slecht en laten in gesloten toestand nog veel lucht door. Bij het sluiten van de roosters met een trekstang blijkt dat de kunststof kern van het ventilatierooster kan torderen, waardoor aan de andere zijde een kier openblijft. Daarnaast ontbreekt aan de buitenzijde een zelfregelende klep die bij harde wind de toevoer verkleint. In de contractstukken was deze wel overeengekomen.
Het Bouwbesluit stelt voor bestaande bouw geen eisen aan het thermisch comfort en de regelbaarheid van voorzieningen voor luchtverversing. Voor nieuwbouw gelden wel eisen. Het thermisch comfort wordt daarin getoetst aan de luchtsnelheid in de leefzone van een verblijfsgebied, veroorzaakt door de toevoer van verse lucht. Deze snelheid mag niet groter zijn dan 0,2 m/s. De toevoervoorzieningen moeten regelbaar zijn en mogen in gesloten toestand ten hoogste 10 procent van hun capaciteit aan lucht doorlaten. Bij de bewoners is voor dit laatste geen draagvlak te vinden. Zij begrijpen niet dat de ventilatieroosters in gesloten toestand open zouden mogen staan.
Oorzaak 2
Het verwarmingssysteem speelt ook een belangrijke rol als het gaat om onbehaaglijkheid. De eenmaal binnengedrongen lucht wordt in de woningen onvoldoende opgewarmd voordat deze langs personen beweegt. Vooral bij een lage luchttemperatuur en een hoge snelheid van de lucht, ervaren bewoners het klimaat als onbehaaglijk.
De capaciteit van de radiator in de keukens is bijvoorbeeld nog afgestemd op een ontwerptemperatuur van 15 graden. Tevens is, door middel van thermografie, vastgesteld dat de radiatoren niet geheel opwarmen. Ook zijn ventilatieroosters aangebracht op plaatsen waaronder geen radiator aanwezig is. Effectief opwarmen van aangevoerde buitenlucht vindt hierdoor niet plaats. Een neerwaartse luchtstroming vanaf het rooster zorgt voor een onbehaaglijk gevoel. In een door TechnoConsult geïnitieerde enquête heeft dan ook een kwart van de bewoners aangegeven dat de woning niet naar behoefte warm kan worden gestookt.
Ten slotte hebben de bewoners ook zelf invloed op het binnenklimaat. De gemiddelde leeftijd van de bewoners die onbehaaglijkheid ervaren, is 71 jaar. Omdat deze groep bewoners over het algemeen een laag activiteitenniveau heeft, is de warmtebehoefte hoog. Anderzijds blijkt dat de stookkosten in dit complex juist relatief laag zijn. In ruimtes waar niet wordt verbleven, draaien bewoners de radiatorkranen dicht en ook ’s nachts gaat de verwarming uit. De woning koelt daardoor ’s nachts af en kan de volgende dag niet (snel genoeg) naar behoefte worden warm gestookt.
Conclusie
Het isolerende glas en de geïsoleerde gevelpanelen dragen inderdaad bij aan een verbeterde warmteweerstand van de gevel. De verhuurder was echter te voorbarig door te stellen dat de stookkosten zouden dalen en het thermisch comfort zou verbeteren. De verwachtingen van de bewoners waren daarom hoog. De teleurstelling is derhalve des te groter als de beloftes niet worden waargemaakt.
Oplossing
Onbewust hebben de bewoners zelf een grote invloed op de behaaglijkheid in de woningen. Zij zijn daarom geïnformeerd over de (nieuwe) voorzieningen in hun woning, hoe deze zijn in te stellen en vervolgens te gebruiken. De verhuurder besluit op zijn beurt de radiator in de keukens te vervangen voor een exemplaar met meer vermogen. De luchtdichtheid van de kozijnen wordt aangepakt en de ventilatieroosters krijgen een zelfregulerende klep. Hierdoor moet bij harde wind niet alleen de luchtinfiltratie afnemen, maar wordt meteen ook de doorvoercapaciteit van het rooster zelf aangepakt.
Bron: Bouwwereld

